doorbouwen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to continue building
Uitspraak: /ˈdoːrˌbɑu̯.wə(n)/
Voorbeeld
We moeten ondanks de regen doorbouwen.
Vervoeging
ikdoorbouw
jijdoorbouwt
hijdoorbouwt
wijdoorbouwen
julliedoorbouwen
zijdoorbouwen
Verleden tijd
bouwde / bouwden
Voltooid deelwoord
hebbengedoorbouwd
Gebiedende wijs
bouw
Voorwaardelijke wijs
zou doorbouwen
Toekomende tijd
zal doorbouwen
Scheidbaar werkwoord