doorbrengen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
doorbrengen
Uitspraak: /ˈdoːrˌbrɛŋə(n)/
Voorbeeld
We willen de zomer aan het strand doorbrengen.
Vervoeging
ikbreng door
jijbrengt door
hijbrengt door
wijbrengen door
julliebrengen door
zijbrengen door
Verleden tijd
bracht door / brachten door
Voltooid deelwoord
hebbendoorgebracht
Gebiedende wijs
breng door
Voorwaardelijke wijs
zou doorbrengen
Toekomende tijd
zal doorbrengen
Scheidbaar werkwoord