doorgeven

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
doorgeven
Uitspraak: /ˈdoːrˌɣeːvə(n)/
Voorbeeld
Kun je het zout even doorgeven?
Vervoeging
ikgeef door
jijgeeft door
hijgeeft door
wijdoorgeven
julliedoorgeven
zijdoorgeven
Verleden tijd
gaf door / gaven door
Voltooid deelwoord
hebbendoorgegeven
Gebiedende wijs
geef door
Voorwaardelijke wijs
zou doorgeven
Toekomende tijd
zal doorgeven
Scheidbaar werkwoord