doorleven

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to live through
Uitspraak: /ˈdoːrˌleː.və(n)/
Voorbeeld
Ze probeerde na het verlies door te leven.
Vervoeging
ikdoorleef
jijdoorleeft
hijdoorleeft
wijdoorleven
julliedoorleven
zijdoorleven
Verleden tijd
levde / levden
Voltooid deelwoord
hebbengedoorlevd
Gebiedende wijs
lev
Voorwaardelijke wijs
zou doorleven
Toekomende tijd
zal doorleven
Scheidbaar werkwoord