doormaken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to go through
Uitspraak: /ˈdoːrˌmaː.kə(n)/
Voorbeeld
Ze heeft een moeilijke periode doorgemaakt.
Vervoeging
ikmaak door
jijmaakt door
hijmaakt door
wijdoormaken
julliedoormaken
zijdoormaken
Verleden tijd
makte / makten
Voltooid deelwoord
hebbengedoormakt
Gebiedende wijs
mak
Voorwaardelijke wijs
zou doormaken
Toekomende tijd
zal doormaken
Scheidbaar werkwoord