doorrijden
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to drive on
Uitspraak: /ˈdoːrˌrɛi̯.də(n)/
Voorbeeld
We kunnen beter doorrijden om op tijd te zijn.
Vervoeging
| ik | rijd door |
| jij | rijdt door |
| hij | rijdt door |
| wij | doorrijden |
| jullie | doorrijden |
| zij | doorrijden |
Verleden tijd
rijdde / rijdden
Voltooid deelwoord
hebbengedoorrijdd
Gebiedende wijs
rijd
Voorwaardelijke wijs
zou doorrijden
Toekomende tijd
zal doorrijden
Scheidbaar werkwoord