doorsluiten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to close through
Uitspraak: /ˈdoːrˌslœy.tə(n)/
Voorbeeld
Zorg ervoor dat je de deur goed doorsluit.
Vervoeging
| ik | doorsluit |
| jij | doorsluit |
| hij | doorsluit |
| wij | doorsluiten |
| jullie | doorsluiten |
| zij | doorsluiten |
Verleden tijd
sluitte / sluitten
Voltooid deelwoord
hebbengedoorsluitt
Gebiedende wijs
sluit
Voorwaardelijke wijs
zou doorsluiten
Toekomende tijd
zal doorsluiten
Scheidbaar werkwoord