doorzien
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
see through
Uitspraak: /ˈdoːrˌziːə(n)/
Voorbeeld
Ze kan zijn leugens altijd doorzien.
Vervoeging
| ik | doorzie |
| jij | doorziet |
| hij | doorziet |
| wij | doorzien |
| jullie | doorzien |
| zij | doorzien |
Verleden tijd
zide / ziden
Voltooid deelwoord
hebbengedoorzid
Gebiedende wijs
zi
Voorwaardelijke wijs
zou doorzien
Toekomende tijd
zal doorzien
Scheidbaar werkwoord