douchen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
shower
Uitspraak: /ˈduʃə(n)/
Voorbeeld
Ik ga elke ochtend douchen.
Vervoeging
ikdouche
jijdouchet
hijdouchet
wijdouchen
julliedouchen
zijdouchen
Verleden tijd
douchde / douchden
Voltooid deelwoord
hebbengedouchd
Gebiedende wijs
douch
Voorwaardelijke wijs
zou douchen
Toekomende tijd
zal douchen