duren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
duren
Uitspraak: /ˈdyːrə(n)/
Voorbeeld
De vergadering zal een uur duren.
Vervoeging
| ik | duur |
| jij | duurt |
| hij | duurt |
| wij | duren |
| jullie | duren |
| zij | duren |
Verleden tijd
duurde / duurden
Voltooid deelwoord
hebbengeduurd
Gebiedende wijs
duur
Voorwaardelijke wijs
zou duren
Toekomende tijd
zal duren