eten

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
eten
Uitspraak: /ˈeː.tə(n)/
Voorbeeld
We gaan vanavond Italiaans eten.
Vervoeging
ikeet
jijeet
hijeet
wijeten
jullieeten
zijeten
Verleden tijd
at / aten
Voltooid deelwoord
hebbengegeten
Gebiedende wijs
eet
Voorwaardelijke wijs
zou eten
Toekomende tijd
zal eten
zelfstandig naamwoorda1
het
Vertaling
eten
Uitspraak: /ˈeːtən/
Voorbeeld
Het eten is klaar.