evalueren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to evaluate
Uitspraak: /eːvaːˈlyːrə(n)/
Voorbeeld
We moeten de resultaten van het project evalueren.
Vervoeging
| ik | evalueer |
| jij | evalueert |
| hij | evalueert |
| wij | evalueren |
| jullie | evalueren |
| zij | evalueren |
Verleden tijd
evaluerde / evaluerden
Voltooid deelwoord
hebbengeevaluerd
Gebiedende wijs
evaluer
Voorwaardelijke wijs
zou evalueren
Toekomende tijd
zal evalueren