exporteren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
export
Uitspraak: /ɛksˌpɔrˈteːrən/
Voorbeeld
Het bedrijf wil meer producten naar het buitenland exporteren.
Vervoeging
| ik | exporteer |
| jij | exporteert |
| hij | exporteert |
| wij | exporteren |
| jullie | exporteren |
| zij | exporteren |
Verleden tijd
exporterde / exporterden
Voltooid deelwoord
hebbengeexporterd
Gebiedende wijs
exporter
Voorwaardelijke wijs
zou exporteren
Toekomende tijd
zal exporteren