feest

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoorda2
het
Vertaling
feest
Uitspraak: /feːst/
Voorbeeld
Het feest was erg gezellig.
Meervoud
feesten
Verkleinwoord
feestje