fluiten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to whistle
Uitspraak: /ˈflœy̯.tə(n)/
Voorbeeld
De scheidsrechter floot voor het einde van de wedstrijd.
Vervoeging
| ik | fluit |
| jij | fluit |
| hij | fluit |
| wij | fluiten |
| jullie | fluiten |
| zij | fluiten |
Verleden tijd
floot / floten
Voltooid deelwoord
hebbengefloten
Gebiedende wijs
fluit
Voorwaardelijke wijs
zou fluiten
Toekomende tijd
zal fluiten