geloven
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
to believe
Uitspraak: /ɣəˈloː.və(n)/
Voorbeeld
Ik kan het bijna niet geloven.
Vervoeging
| ik | geloof |
| jij | gelooft |
| hij | gelooft |
| wij | geloven |
| jullie | geloven |
| zij | geloven |
Verleden tijd
gelovde / gelovden
Voltooid deelwoord
hebbengegelovd
Gebiedende wijs
gelov
Voorwaardelijke wijs
zou geloven
Toekomende tijd
zal geloven