genieten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
genieten
Uitspraak: /ɣəˈnitə(n)/
Voorbeeld
Ik geniet van de zonsondergang.
Vervoeging
| ik | geniet |
| jij | geniet |
| hij | geniet |
| wij | genieten |
| jullie | genieten |
| zij | genieten |
Verleden tijd
genoot / genoten
Voltooid deelwoord
hebbengenoten
Gebiedende wijs
geniet
Voorwaardelijke wijs
zou genieten
Toekomende tijd
zal genieten