gerucht

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoordb2
het
Vertaling
gerucht
Uitspraak: /ɣəˈrʏxt/
Voorbeeld
Er gaat een gerucht rond op kantoor.
Meervoud
geruchten
Verkleinwoord
geruchtje