getuigen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb2
Vertaling
getuigen
Uitspraak: /ɣəˈtœyɣə(n)/
Voorbeeld
Hij moet in de rechtszaak getuigen.
Vervoeging
ikgetuig
jijgetuigt
hijgetuigt
wijgetuigen
julliegetuigen
zijgetuigen
Verleden tijd
getuigde / getuigden
Voltooid deelwoord
hebbengetuigd
Gebiedende wijs
getuig
Voorwaardelijke wijs
zou getuigen
Toekomende tijd
zal getuigen
zelfstandig naamwoorda1
Vertaling
getuigen
Uitspraak: /ɣəˈtœy̯ɣə(n)/
Voorbeeld
De getuigen zagen het ongeluk gebeuren.