grijpen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
grijpen
Uitspraak: /ˈɣrɛi̯.pə(n)/
Voorbeeld
Ze probeerde de kans te grijpen.
Vervoeging
| ik | grijp |
| jij | grijpt |
| hij | grijpt |
| wij | grijpen |
| jullie | grijpen |
| zij | grijpen |
Verleden tijd
greep / grepen
Voltooid deelwoord
hebbengegrepen
Gebiedende wijs
grijp
Voorwaardelijke wijs
zou grijpen
Toekomende tijd
zal grijpen