groeien

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
grow
Uitspraak: /ˈɣru.jə(n)/
Voorbeeld
De kinderen groeien zo snel op.
Vervoeging
ikgroei
jijgroeit
hijgroeit
wijgroeien
julliegroeien
zijgroeien
Verleden tijd
groeide / groeiden
Voltooid deelwoord
zijngegroeid
Gebiedende wijs
groei
Voorwaardelijke wijs
zou groeien
Toekomende tijd
zal groeien