haten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
haten
Uitspraak: /ˈɦaːtə(n)/
Voorbeeld
Ik haat het om vroeg op te staan.
Vervoeging
| ik | haat |
| jij | haat |
| hij | haat |
| wij | haten |
| jullie | haten |
| zij | haten |
Verleden tijd
haatte / haatten
Voltooid deelwoord
hebbengehaat
Gebiedende wijs
haat
Voorwaardelijke wijs
zou haten
Toekomende tijd
zal haten