hebben
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
hebben
Uitspraak: /ˈɦɛbən/
Voorbeeld
Wij hebben een kat als huisdier.
Vervoeging
| ik | heb |
| jij | hebt |
| hij | heeft |
| wij | hebben |
| jullie | hebben |
| zij | hebben |
Verleden tijd
had / hadden
Voltooid deelwoord
hebbengehad
Gebiedende wijs
heb
Voorwaardelijke wijs
zou hebben
Toekomende tijd
zal hebben