ingaan

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to enter
Uitspraak: /ˈɪnˌɣaːn/
Voorbeeld
Het nieuwe beleid gaat volgende week in.
Vervoeging
ikga in
jijgaat in
hijgaat in
wijingaan
jullieingaan
zijingaan
Verleden tijd
gaande / gaanden
Voltooid deelwoord
hebbengeingaand
Gebiedende wijs
gaan
Voorwaardelijke wijs
zou ingaan
Toekomende tijd
zal ingaan
Scheidbaar werkwoord