inkomen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoordb1
het
Vertaling
income
Uitspraak: /ˈɪn.koː.mə(n)/
Voorbeeld
Het inkomen van de familie is stabiel.
Meervoud
inkomens
werkwoorda1
Vertaling
to come in
Uitspraak: /ˈɪnˌkoːmə(n)/
Voorbeeld
Het inkomen van de familie is gestegen dit jaar.
Vervoeging
| ik | inkom |
| jij | inkomt |
| hij | inkomt |
| wij | inkomen |
| jullie | inkomen |
| zij | inkomen |
Verleden tijd
komde / komden
Voltooid deelwoord
hebbengeinkomd
Gebiedende wijs
kom
Voorwaardelijke wijs
zou inkomen
Toekomende tijd
zal inkomen
Scheidbaar werkwoord