instellen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
set up
Uitspraak: /ˈɪn.stɛ.lə(n)/
Voorbeeld
Je moet de klok opnieuw instellen na de stroomuitval.
Vervoeging
ikstel in
jijstelt in
hijstelt in
wijstellen in
julliestellen in
zijstellen in
Verleden tijd
stellde / stellden
Voltooid deelwoord
hebbengeinstelld
Gebiedende wijs
stell
Voorwaardelijke wijs
zou instellen
Toekomende tijd
zal instellen
Scheidbaar werkwoord