insturen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to send in
Uitspraak: /ˈɪn.styː.rə(n)/
Voorbeeld
Je moet je sollicitatie voor vrijdag insturen.
Vervoeging
| ik | stuur in |
| jij | stuurt in |
| hij | stuurt in |
| wij | insturen |
| jullie | insturen |
| zij | insturen |
Verleden tijd
sturde / sturden
Voltooid deelwoord
hebbengeinsturd
Gebiedende wijs
stur
Voorwaardelijke wijs
zou insturen
Toekomende tijd
zal insturen
Scheidbaar werkwoord