kennen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
kennen
Uitspraak: /ˈkɛnə(n)/
Voorbeeld
Ken jij deze stad goed?
Vervoeging
ikken
jijkent
hijkent
wijkennen
julliekennen
zijkennen
Verleden tijd
kende / kenden
Voltooid deelwoord
hebbengekend
Gebiedende wijs
ken
Voorwaardelijke wijs
zou kennen
Toekomende tijd
zal kennen