kleden

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
dress
Uitspraak: /ˈkleːdə(n)/
Voorbeeld
Ze kleden zich altijd stijlvol.
Vervoeging
ikkleed
jijkleedt
hijkleedt
wijkleden
julliekleden
zijkleden
Verleden tijd
kledde / kledden
Voltooid deelwoord
hebbengekledd
Gebiedende wijs
kled
Voorwaardelijke wijs
zou kleden
Toekomende tijd
zal kleden