klimmen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
klimmen
Uitspraak: /ˈklɪ.mə(n)/
Voorbeeld
De kinderen klimmen in de boom.
Vervoeging
| ik | klim |
| jij | klimt |
| hij | klimt |
| wij | klimmen |
| jullie | klimmen |
| zij | klimmen |
Verleden tijd
klom / klommen
Voltooid deelwoord
hebben/zijngeklommen
Gebiedende wijs
klim
Voorwaardelijke wijs
zou klimmen
Toekomende tijd
zal klimmen