klok
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda1
de
Vertaling
klok
Uitspraak: /klɔk/
Voorbeeld
De klok sloeg middernacht.
Meervoud
klokken
Verkleinwoord
klokje