Lijst van alle onregelmatige werkwoorden in de Nederlandse taal

Infinitief
(Tegenwoordige tijd)
Infinitief
Verleden tijd (onvoltooid)
(Imperfectum)
Verleden tijd (onvoltooid)
Verleden tijd (voltooid)
(Perfectum)
Verleden tijd (voltooid)
Hulpwerkwoord
(hebben of zijn)
Hulpwerkwoord
bakken
bakken
bakken
bakken
bakte / bakten
Imperfectum
bakte / bakten
gebakken
Perfectum
gebakken
hebben
Hulpwerkwoord
hebben
bederven
bederven
bedierf / bedierven
Imperfectum
bedierf / bedierven
bedorven
Perfectum
bedorven
hebben/zijn
Hulpwerkwoord
hebben/zijn
bedriegen
bedriegen
bedriegen
bedriegen
bedroog / bedrogen
Imperfectum
bedroog / bedrogen
bedrogen
Perfectum
bedrogen
hebben
Hulpwerkwoord
hebben
beginnen
beginnen
beginnen
beginnen
begon / begonnen
Imperfectum
begon / begonnen
begonnen
Perfectum
begonnen
zijn
Hulpwerkwoord
zijn
begrijpen
begrijpen
begrijpen
begrijpen
begreep / begrepen
Imperfectum
begreep / begrepen
begrepen
Perfectum
begrepen
hebben
Hulpwerkwoord
hebben
bevallen
bevallen
bevallen
bevallen
beviel / bevielen
Imperfectum
beviel / bevielen
bevallen
Perfectum
bevallen
zijn
Hulpwerkwoord
zijn
bewegen
bewegen
bewegen
bewegen
bewoog / bewogen
Imperfectum
bewoog / bewogen
bewogen
Perfectum
bewogen
hebben
Hulpwerkwoord
hebben
bezoeken
bezoeken
bezoeken
bezoeken
bezocht / bezochten
Imperfectum
bezocht / bezochten
bezocht
Perfectum
bezocht
hebben
Hulpwerkwoord
hebben
bidden
bidden
bidden
bidden
bad / baden
Imperfectum
bad / baden
gebeden
Perfectum
gebeden
hebben
Hulpwerkwoord
hebben
bieden
bieden
aanbieden, verschaffen; bieden
aanbieden, verschaffen; bieden
bood / boden
Imperfectum
bood / boden
geboden
Perfectum
geboden
hebben
Hulpwerkwoord
hebben