loslaten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
loslaten
Uitspraak: /ˈlɔsˌlaː.tə(n)/
Voorbeeld
Hij kon het verleden niet loslaten.
Vervoeging
| ik | laat los |
| jij | laat los |
| hij | laat los |
| wij | laten los |
| jullie | laten los |
| zij | laten los |
Verleden tijd
liet los / lieten los
Voltooid deelwoord
hebbenlosgelaten
Gebiedende wijs
laat los
Voorwaardelijke wijs
zou loslaten
Toekomende tijd
zal loslaten
Scheidbaar werkwoord