lukken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
slagen, lukken
Uitspraak: /ˈlʏkə(n)/
Voorbeeld
Het is me gelukt om op tijd te komen.
Vervoeging
| ik | luk |
| jij | lukt |
| hij | lukt |
| wij | lukken |
| jullie | lukken |
| zij | lukken |
Verleden tijd
lukte / lukten
Voltooid deelwoord
zijngelukt
Gebiedende wijs
luk
Voorwaardelijke wijs
zou lukken
Toekomende tijd
zal lukken