markt

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoorda2
de
Vertaling
markt
Uitspraak: /mɑrkt/
Voorbeeld
De markt is elke zaterdag open.
Meervoud
markten
Verkleinwoord
marktje