mat

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoorda1
de/het
Vertaling
mat
Uitspraak: /mɑt/
Voorbeeld
Hij veegde zijn voeten op de mat.
Meervoud
matten
bijvoeglijk naamwoorda1
Vertaling
matte
Uitspraak: /mɑt/
Voorbeeld
De verf heeft een matte afwerking.