meebouwen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
to build along
Uitspraak: /ˈmeː.bɑu̯.ə(n)/
Voorbeeld
Hij wil graag meebouwen aan het nieuwe huis.
Vervoeging
| ik | meebouw |
| jij | meebouwt |
| hij | meebouwt |
| wij | meebouwen |
| jullie | meebouwen |
| zij | meebouwen |
Verleden tijd
bouwde / bouwden
Voltooid deelwoord
hebbengemeebouwd
Gebiedende wijs
bouw
Voorwaardelijke wijs
zou meebouwen
Toekomende tijd
zal meebouwen
Scheidbaar werkwoord