naberekenen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb2
Vertaling
recalculate
Uitspraak: /ˈnaː.bəˌreː.kə.nə(n)/
Voorbeeld
We moeten de kosten nog een keer naberekenen.
Vervoeging
iknabereken
jijnaberekent
hijnaberekent
wijnaberekenen
jullienaberekenen
zijnaberekenen
Verleden tijd
naberekende / naberekenden
Voltooid deelwoord
hebbengenaberekend
Gebiedende wijs
nabereken
Voorwaardelijke wijs
zou naberekenen
Toekomende tijd
zal naberekenen
Scheidbaar werkwoord