nablijven
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to stay behind
Uitspraak: /ˈnaːˌblɛi̯və(n)/
Voorbeeld
Hij moest na schooltijd nablijven.
Vervoeging
| ik | blijf na |
| jij | blijft na |
| hij | blijft na |
| wij | nablijven |
| jullie | nablijven |
| zij | nablijven |
Verleden tijd
nablijvde / nablijvden
Voltooid deelwoord
hebbengenablijvd
Gebiedende wijs
nablijv
Voorwaardelijke wijs
zou nablijven
Toekomende tijd
zal nablijven
Scheidbaar werkwoord