nadragen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordc1
Vertaling
bear a grudge
Uitspraak: /ˈnaː.draː.ɣə(n)/
Voorbeeld
Hij blijft haar die fout nadragen.
Vervoeging
iknadraag
jijnadragt
hijnadragt
wijnadragen
jullienadragen
zijnadragen
Verleden tijd
nadragde / nadragden
Voltooid deelwoord
hebbengenadragd
Gebiedende wijs
nadrag
Voorwaardelijke wijs
zou nadragen
Toekomende tijd
zal nadragen
Scheidbaar werkwoord