nasluiten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
close afterwards
Uitspraak: /ˈnaːˌslœy̯.tə(n)/
Voorbeeld
Vergeet niet de deur goed na te sluiten.
Vervoeging
| ik | nasluit |
| jij | nasluit |
| hij | nasluit |
| wij | nasluiten |
| jullie | nasluiten |
| zij | nasluiten |
Verleden tijd
nasluitte / nasluitten
Voltooid deelwoord
hebbengenasluitt
Gebiedende wijs
nasluit
Voorwaardelijke wijs
zou nasluiten
Toekomende tijd
zal nasluiten
Scheidbaar werkwoord