naspelen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
reenact
Uitspraak: /ˈnaː.speː.lə(n)/
Voorbeeld
De kinderen vinden het leuk om de scène na te spelen.
Vervoeging
iknaspeel
jijnaspeelt
hijnaspeelt
wijnaspelen
jullienaspelen
zijnaspelen
Verleden tijd
naspelde / naspelden
Voltooid deelwoord
hebbengenaspeld
Gebiedende wijs
naspel
Voorwaardelijke wijs
zou naspelen
Toekomende tijd
zal naspelen
Scheidbaar werkwoord