naspreken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
to repeat
Uitspraak: /ˈnaːˌspreːkə(n)/
Voorbeeld
Hij probeert altijd de leraar na te spreken.
Vervoeging
| ik | spreek na |
| jij | spreekt na |
| hij | spreekt na |
| wij | spreken na |
| jullie | spreken na |
| zij | spreken na |
Verleden tijd
nasprekte / nasprekten
Voltooid deelwoord
hebbengenasprekt
Gebiedende wijs
nasprek
Voorwaardelijke wijs
zou naspreken
Toekomende tijd
zal naspreken
Scheidbaar werkwoord