omkijken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to look back
Uitspraak: /ˈɔm.kɛi̯.kə(n)/
Voorbeeld
Hij keek om toen hij zijn naam hoorde.
Vervoeging
| ik | omkijk |
| jij | omkijkt |
| hij | omkijkt |
| wij | omkijken |
| jullie | omkijken |
| zij | omkijken |
Verleden tijd
kijkte / kijkten
Voltooid deelwoord
hebbengeomkijkt
Gebiedende wijs
kijk
Voorwaardelijke wijs
zou omkijken
Toekomende tijd
zal omkijken
Scheidbaar werkwoord