omlopen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
to walk around
Uitspraak: /ˈɔmˌloːpən/
Voorbeeld
We moeten omlopen omdat de weg is afgesloten.
Vervoeging
ikomloop
jijomloopt
hijomloopt
wijomlopen
jullieomlopen
zijomlopen
Verleden tijd
lopte / lopten
Voltooid deelwoord
hebbengeomlopt
Gebiedende wijs
lop
Voorwaardelijke wijs
zou omlopen
Toekomende tijd
zal omlopen
Scheidbaar werkwoord