opdelen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
to divide up
Uitspraak: /ˈɔp.deː.lə(n)/
Voorbeeld
We moeten de taken eerlijk opdelen.
Vervoeging
ikdeel op
jijdeelt op
hijdeelt op
wijopdelen
jullieopdelen
zijopdelen
Verleden tijd
delde / delden
Voltooid deelwoord
hebbengeopdeld
Gebiedende wijs
del
Voorwaardelijke wijs
zou opdelen
Toekomende tijd
zal opdelen
Scheidbaar werkwoord