opeten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
opeten
Uitspraak: /ˈɔpeːtə(n)/
Voorbeeld
Hij besloot de hele taart op te eten.
Vervoeging
| ik | eet op |
| jij | eet op |
| hij | eet op |
| wij | eten op |
| jullie | eten op |
| zij | eten op |
Verleden tijd
at op / aten op
Voltooid deelwoord
hebbenopgegeten
Gebiedende wijs
eet op
Voorwaardelijke wijs
zou opeten
Toekomende tijd
zal opeten
Scheidbaar werkwoord