opfrissen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
refresh
Uitspraak: /ˈɔpˌfrɪ.sə(n)/
Voorbeeld
Ik ga me even opfrissen voor het diner.
Vervoeging
| ik | fris op |
| jij | frist op |
| hij | frist op |
| wij | opfrissen |
| jullie | opfrissen |
| zij | opfrissen |
Verleden tijd
frisste / frissten
Voltooid deelwoord
hebbengeopfrisst
Gebiedende wijs
friss
Voorwaardelijke wijs
zou opfrissen
Toekomende tijd
zal opfrissen
Scheidbaar werkwoord