opkijken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
look up
Uitspraak: /ˈɔpˌkɛi̯kə(n)/
Voorbeeld
Hij keek op toen ze binnenkwam.
Vervoeging
ikkijk op
jijkijkt op
hijkijkt op
wijopkijken
jullieopkijken
zijopkijken
Verleden tijd
kijkte / kijkten
Voltooid deelwoord
hebbengeopkijkt
Gebiedende wijs
kijk
Voorwaardelijke wijs
zou opkijken
Toekomende tijd
zal opkijken
Scheidbaar werkwoord