oplezen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
read out
Uitspraak: /ˈɔpˌleː.zə(n)/
Voorbeeld
Hij moet de tekst nog oplezen.
Vervoeging
| ik | lees op |
| jij | leest op |
| hij | leest op |
| wij | oplezen |
| jullie | oplezen |
| zij | oplezen |
Verleden tijd
lezde / lezden
Voltooid deelwoord
hebbengeoplezd
Gebiedende wijs
lez
Voorwaardelijke wijs
zou oplezen
Toekomende tijd
zal oplezen
Scheidbaar werkwoord